UA-35007268-18

Visie op de therapeut

Visie op de integratief therapeut

Het menselijke als dè therapeutische factor
Uit het wetenschappelijk onderzoek van de laatste jaren blijkt dat ervaren therapeuten niet effectiever zijn dan onervaren therapeuten en dat minder hoog gekwalificeerde therapeuten (de zogenoemde paraprofessionals) het niet slechter doen dan erkende psychotherapeuten. Het tegenovergestelde is misschien wel waar: er is geen onderzoek waarin de professionals het beter doen (Beutler, Machado, & Alstetter Neufelt, 1994).

En er zijn meer opmerkelijke uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van psychotherapie: Zo veronderstelde men dat het niveau van opleiding en de ervaring van de therapeut een positieve invloed hebben op zijn professionele bekwaamheid, maar onderzoeksmatig is dat moeilijk aan te tonen (Beutler e.a.1994). Sommige onderzoekers komen tot de onthutsende conclusie dat onervaren of niet-professionele hulpverleners even goede en soms zelfs betere resultaten behalen dan ervaren en geschoolde therapeuten (Hattie, Sharpley & Rogers, 1984; Dumont 1991).

Kennelijk draait het in de therapie om andere zaken. De persoonlijke eigenschappen van een therapeut zijn meer beslissend voor de therapieresultaten dan de technieken die zij gebruiken of de therapieoriëntatie waartoe zij behoren (Chrits-Christoph & Mintz 1991; Goldfried e.a. 1990; Luborsky e.a. 1986). Therapeuten met een subjectief gevoel van welbevinden stralen meer zelfvertrouwen uit, wat samengaat met meer vorderingen bij de cliënten (Williams & Chambless 1990). Effectieve therapeuten hebben significant meer zelfkritiek en vragen zich sneller af of ze vergissingen begaan of tekort schieten in hun werk (Williams & Chambless 1990). Therapeuten dragen vooral bij aan de groei van de cliënt wanneer ze het persoonlijk waardensysteem kunnen loslaten en flexibel kunnen communiceren binnen het waardensysteem van de cliënt. (Sternberger1997; Beutler e.a. 1994).

 

mia_leijssen

Leissen (1999),

beschrijft de succesvolle therapeut en zijn tegenhanger als volgt:

 

Een effectieve therapeut is te typeren als een persoon die:

  • zowel verbaal als non-verbaal warm ondersteunend en hartelijk aanwezig kan zijn
  • niet klaar staat met oordelen maar zich kan afstemmen op en kan communiceren binnen een andere leefwereld dan de zijne
  • zich persoonlijk kan uiten en weet wanneer dat te doen en helder en eenduidig is in zijn handelingen
  • extreme gevoelens kan tolereren
  • in staat is de aandacht te richten op knelpunten
  • het eigen waardensysteem kan loslaten
  • beschikt over voldoende zelfvertrouwen maar wel zelfkritisch is
  • die in staat is om de cliënt actief te betrekken in de therapie

De tegenpool, de therapeut die het proces niet bevordert:

  • gedraagt zich afstandelijk, heeft moeite met emotionele expressies
  • is dogmatisch en sterk controlerend
  • is vooringenomen
  • is betuttelend, beschuldigend, aanvallend en verwerpend

De conclusie mag worden getrokken dat de opleidingen tot therapeut, die met name waren gericht op theorie en/of technische vaardigheden, te kort schieten om bekwame therapeuten af te leveren. Het gaat in een succesvolle therapie immers meer om de persoon van de therapeut dan om technisch kennen of kunnen. De therapeut gebruikt zichzelf als instrument in de therapie. Daarom zijn de opleidingen van de Nederlandse Academie voor Psychotherapie gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de student, waarbij de menseigenschappen en mensvaardigheden zo centraal staan. Dat is de reden waarom wij spreken van “De mens als therapeut”.

“De psychotherapeut die voor elke cliënt een gepersonaliseerde therapie ontwerpt, op diens maat gesneden, aan diens mogelijkheden aangepast, voelt zich als een kunstenaar die zich verwondert over wat er voor zijn ogen als kunstwerk geboren wordt…..

Bij kunst hoort vakkennis; de kunstenaar moet de beschikking hebben over een goed instrumentarium en de nodige knowhow. 

En een vakkundig persoon kan anderzijds meer dan eens, tegen zijn principes in maar dankzij zijn intuïtieve soepelheid, een kunstwerk afleveren, gewaarmerkt door kwaliteit”. (Cuvelier, 1996)

De psychotherapeut van de 21e eeuwCentraal in de therapie staat het uitgangspunt dat de therapeut door middel van zijn gedrag en technieken de cliënt in staat stelt om zelf oplossingen te genereren voor het probleem om de gestelde doelen te behalen. De cliënt is deskundig voor wat betreft de klacht en de oplossingen. Dit betekent dat de therapeut zich minder bezig houdt met de inhoud van de therapie: dit blijft het exclusieve domein van de cliënt. Als het mogelijk en nodig is om de cliënt met het probleem te confronteren opdat deze het kan aanpakken en oplossen, dan zal de therapeut hierin meer sturend zijn. Anders geformuleerd: de therapeut is met name directief op het proces van de therapie.

Maar de inhoud van het probleem, de wijze van aanpakken en de verschillende oplossingsmogelijkheden worden door de cliënt zelf gegenereerd. De cliënt neemt een actieve positie in en draagt verantwoordelijkheid over de relatie met de therapeut en over de uitkomst van de therapie. De relatie tussen therapeut en cliënt is zo ver als mogelijk gebaseerd op het principe van gelijkwaardigheid.

Aan begin van deze nieuwe eeuw wordt duidelijk wat het profiel van de moderne psychotherapeut dient te worden. Een uitgebreide lijst van competenties op kennis, vaardigheden en attitude niveau komt ruim aan bod in de opleidingen.

Hieronder staat beknopt een opsomming van een aantal algemene competenties, gebaseerd op research en effectonderzoek, op het vlak van praktische vaardigheden:

  1. De therapeut werkt integratief
  2. De psychische, bio-somatische en sociale dimensies van de cliënt worden als een totaliteit geaccepteerd.
  3. De therapeut is breed georiënteerd
  4. De therapeut is breed georiënteerd en  schooloverstijgend in het denken en handelen.
  5. De therapeut is een efficiënte communicator
  6. De therapeut weet op elk moment wat hij wil bereiken want de therapie is onderverdeeld in een logische volgorde van subdoelen.
  7. De therapeut heeft gevoel voor maatschappelijk gebeurtenissen
  8. De therapeut weet “voeling” te houden met wat er in de wisselwerking tussen individu en samenleving speelt aan vragen, behoeften, ontwikkelingen, eisen, omstandigheden, etc. en weet daar met het therapieaanbod op in te spelen.
  9. De therapeut is professioneel in de relatie
  10. De therapeut is in staat om een gelijkwaardige werkrelatie met de cliënt aan te gaan, te onderhouden en af te bouwen en weet de cliënt actief in de therapie te betrekken. De therapeut weet een onderscheid te maken tussen privé en professioneel gebied. In de rol van therapeut weet hij hulpbronnen uit beide gebieden in te zetten in de therapie.
  11. De therapeut is in staat tot het uitvoeren van ‘basistherapie’ (ook wel ‘prétherapie’ genoemd)
  12. De therapeut is in staat om de zogenoemde basistherapie, bestaande uit de ‘gemeenschappelijke factoren therapie’ uit te voeren en het placebo-effect optimaal te benutten.
  13. De therapeut is cliënt- en servicegericht
  14. De therapeut kan vraaggestuurde zorg aanbieden door middel van een diagnose- en een behandelplan-op-maat en kan zowel oplossings- en klachtgericht werken.
  15. De therapeut vertrekt vanuit een cliëntgerichte basishouding en is in staat om een kortdurende en integratieve therapie neer te zetten, gebaseerd op research en effectonderzoek.
  16. De therapeut kan samenwerken
  17. De therapeut werkt complementair: hij weet door te verwijzen naar andere collega’s in geval van tekortschieten van de eigen mogelijkheden of wanneer er een noodzakelijke aanvulling vereist is. De therapeut kan zowel in een zelfstandige praktijk als in instellingen werken.
  18. De therapeut is meer dan een therapeut
  19. Om in te kunnen spelen op de vraag en behoefte van de cliënt beschikt de therapeut over vaardigheden in de rol van: trainer, coach, mediator en counselor.
  20. De therapeut is groeicompetent
  21. De therapeut is in staat om de eigen competenties blijvend te ontwikkelen